Uitgelicht bericht

interviews

Ik heb het afgelopen jaar heel veel mensen geïnterviewd over de (on)meetbaarheid van zorg.

Hoe meet je zorg?
Hoe wordt het een dialoog? (ipv een debat)
Waar kijken we te weinig naar? (en teveel)

Ik heb heel erg genoten van deze gesprekken met artsen, apothekers, beleidsmakers, bestuurders en cijferaars. Iedereen had er duidelijk goed over nagedacht. Men was zich bewust van de vele stokpaardjes die rondtrappelen tussen de valkuilen.

Belangrijke pijnpunten waren:

Wat gemiddeld is, geldt meestal niet voor het individu.
Hoe meet je échte aandacht, echte zorg?
Statistiek wordt te weinig begrepen en teveel misbruikt.

Dat is wel heel kort door de bocht voor zoveel mooie gesprekken. Ik ben aan het zoeken naar een vorm om al deze informatie uit te werken. Ik begin met deze blog(s).

Advertenties

There is reciprocity in everything

Het klinkt misschien wat vaag – alles bevat wederkerigheid–.  Maar het is op zoveel manieren waar dat ik het concreet zal proberen te maken. Dat helpt hopelijk ook begrijpen waarom ik het graag gebruik in relatie tot coaching3punt0 .

diffusion of innovations

Al in 1962 (mijn geboortejaar) publiceerde Everett Rogers een boek over zijn beroemde innovatietheorie: diffusion of innovations. Voor mijn proefschrift gebruikte ik de 5de druk. Ik werd toen al heel erg geraakt door het volgende zinnetje: “The implementation of (technical) innovations in an organization amounts to a mutual adaptation of the innovation and the organization. Typically, each one changes during the subprocess of the implementation. “ (Bij het toepassen van nieuwe technieken in een organisatie zul je zien dat er een wederzijdse aanpassing is tussen de vernieuwing en de organisatie. Beiden veranderen in dit onderdeel van de uitvoering.)

Van de Ven beschrijft later:

“Innovations not only adapt to existing organizational and industrial arrangements, but they also transform the structure and practice of these environments.” (Vernieuwingen schikken zich niet alleen naar de bestaande ordening, maar ze veranderen ook de structuur en de praktijk van de omgeving waar ze toegepast worden.)

marketingsonderzoek en organisatiekunde

Deze theorieën komen uit de landbouw en industrie. Ze zijn wijd verspreid via marketingsonderzoek en worden ook veel in de organisatiekunde gebruikt. In de analyse en beschrijving van innovaties (en gedragverandering) wordt steeds benoemd hoe de beïnvloeding altijd wederzijds is.

Van de Ven beschrijft dan ook hoe onmogelijk het daarom is om deel-geheel (hij heeft het over part-whole relaties relaties) vanuit één richting te bekijken. Op dezelfde manier gaan teamleden anders werken als de structuur van het team verandert, merk je dat je omgeving zich anders gaat gedragen als jij je anders gedraagt en is iedere coach-coachée relatie er een vol wederkerigheid. Dat gaat niet alleen over overdracht en tegenoverdracht. Dit is ook omdat het idee (de methode, de innovatie) in de praktijk altijd verbeterd kan worden en omdat iedereen daar een uniek bijdrage aan kan leveren. Daarbij is ook iedere groep (organisatie etc) uniek.

Cialdini

Veel later komt dan Cialdini, vanuit de sociale psychologie, met een uitgebreide analyse van de 6 belangrijkste peilers van beïnvloeding. Daarvan is wederkerigheid er een. De eerste beïnvloedingsregel is wederkerigheid: wie iets krijgt, moet iets teruggeven. Dat gaat veel dieper dan je in eerste instantie denkt. Het gaat niet alleen over goederen, het gaat ook over tijd, aandacht, een glimlach en geraakt worden.

coaching3punt0

Wat heeft dit met coaching3.0 te maken? Ik heb die eerste zin van Rogers nooit heb vergeten en zie het steeds bevestigd. Bij echte verbinding is er aandacht voor de ander en bij echte aandacht voor de ander ontstaat geraaktheid en wie aangeraakt is verandert. Dat klinkt te vaag, maar het is wel zo. Denk aan een echte ontmoeting. Was je daarna dezelfde als ervoor? Durf je daarna hetzelfde te zijn als ervoor? Alles is verbonden en hoe langer je erover nadenkt hoe meer het waar is, voor mij. Daarom ervaar ik ook overal wederkerigheid.

Een arts die niet dankbaar is dat de patiënt hem/haar om hulp vraagt is niet

Everything Connects, een boek:

How to Transform and Lead in the Age of Creativity, Innovation, and Sustainability

nog een paar belangrijke natuurkundige principes met wederkerigheid of verbondenheid:

  • communicerende vaten
  • wet van behoud van energie
  • actie reactie
  • resoneren,
  • lemniscaat
  • calibreren.
  • Alles trilt mee, dan zit je op alle dimensies.Structuur
storytelling

Luisteren naar het oerverhaal

NOT the story of MY life!

  • Wil jij lekker in je vel zitten?
  • Wil jij weten wat jouw bestemming hier op aarde is?
  • Verhalen hoef je niet steeds te herhalen, iedere dag is een nieuw begin.

Iedereen zoekt zijn eigen verhaal, zelfrealisatie. Eigen waardes, behoeftes, doelen, autonomie, een plek in deze wereld1. Verhalen helpen ons onze eigen thema’s te ontmoeten, herkennen en misschien onderzoeken.

Ontmoet de archetypen uit de mensheid en voel wat er met jou gebeurt.

Verhalenvanger

Overal zijn verhalen, losse stukjes als kralen. Het leven is een verzameling gebeurtenissen die we zelf tot een verhaal rijgen. Jij kunt zelf kiezen welke accenten je legt. Ben je een slachtoffer, een overlever of een held? Wat wil je zijn? Ik help mensen hun verhaal op een andere manier ontdekken. Ik laat je naar je eigen verhaal luisteren. Daar gebruik ik graag oude en beroemde verhalen voor. Sjamchat was niet zomaar een deerne, ze was de vrouw die Enkidoe naar de mensenwereld haalde. Odysseus was geen sukkel, die steeds weer nieuwe problemen op zijn weg zag, hij was een held. Gilgamesj was niet alleen een druktemaker, hij werd een groots koning. Leer eerst grote held(-inn)en kennen en ervaar dan hoe jij de held in je eigen verhaal bent. Wil jij de held in je eigen verhaal vinden? Ik werk graag samen met je. Kom naar de workshopNOT the story of MY life! Over oude verhalen en moderne levens1.

Oerverhalen

  • Wil je jouw leven beter begrijpen?
  • Wil je jezelf mogen zijn?
  • Wil jij jouw mogelijkheden verkennen?
  • Wil jij jouw reden om op te staan weten?
  • Wil jij je niet laten beperken door wat anderen van je verwachten?

Schrijf je METEEN in!

Welk verhaal mag jouw verhaal zijn?

Ieder mens is 1000 verhalen. Laat je niet beperken door wat anderen voor jou bedenken. Onderzoek wat je met oude verhalen over jezelf kan ontdekken.

White paper BIG DATA in de zorg.

Ongepubliceerd, lange samenvatting BIG DATA in de zorg: 
Ik heb me voorgenomen om mijn onaffe werk als 'whitepaper' beschikbaar te stellen. Er gebeurt zoveel met big data en iedere keer doen we weer dezelfde ontdekkingen zonder van onze fouten te leren. Geen nood, we komen er wel. Ik ben ondertussen alleen al weer verder ;-)

INLEIDING

Ik heb mij de afgelopen 20 jaar bezig gehouden met verantwoord medicijngebruik. Daarvoor gebruikte ik onder andere de criteria van Parish voor rationeel geneesmiddelen gebruik. Hij stelt dat rationeel geneesmiddelengebruik voldoet aan 4 criteria: ‘appropriate, safe, effective and economic’ (passend, veilig, effectief en economisch). Doordat apothekers vroeg geïnvesteerd hebben in goede logistieke software, kunnen we heel veel meten over geneesmiddelengebruik. Dat wil zeggen: over de verstrekking van geneesmiddelen.

Het doel van meten is de kwaliteit van zorg verbeteren met minimale kosten(zonder verspilling, met optimaal gebruik van middelen etc). Transparantie van zorg moet het beslissingsproces van de patiënt ondersteunen. Als patiënten niets aan kwaliteitsbeleid hebben dan is het zinloos.

Op basis van deze gegevens ben ik altijd bezig geweest de kwaliteit van farmacotherapie te verbeteren. Uiteraard gebruikten we de kwaliteitscirkel en alle geldende en nieuwe inzichten over kwaliteitsbeleid en gedragsverandering. Toch had ik een groeiende onvrede met het resultaat van dit meten, vooral de manieren waarop het werd ingezet. Ik wilde in gesprek met artsen over wat ze deden. De grafieken die ik uit de prescriptie- (pardon: aflever!)cijfers haalde noemde ik nadrukkelijk ‘cartoons’. Als artsen heel achterdochtig waren over ‘misbruik’ van cijfers door met name verzekeraars vertelde ik ze 10 manieren[1] om prescriptiegegevens te frustreren die legaal waren.

Ik heb altijd de meerwaarde en relativiteit van prescriptiegegevens gezien en willen gebruiken om aan kwaliteitsbeleid te werken. Ik ben alleen positieve en enthousiaste mensen tegengekomen met een goed hart voor de Nederlandse gezondheidszorg. We bewogen heen er weer tussen uitkomstmaten en procesmaten, omdat we optimale validiteit wilden en vooral ook ergens beginnen. Vooral waar afrekenen obv cijfers toenam, werd validiteit belangrijker. Waar cijfers gewoon ter ondersteuning van een FTO waren was dit minder relevant (vandaar ook interne versus externe indicatoren). Uiteraard wil je het effect meten, maar dat betekent niet dat dat in alle gevallen de beste manier is om te meten.

Met onvrede met de beperkingen van cijfers heb ik op heel veel manieren proberen op te lossen. Meestal samen met anderen in diverse projecten bij IVM. We hebben gewerkt aan goede communicatie met artsen en apothekers. Wat gebeurt er in de spreekkamer? Wat hebben deze professionals nodig? Welk beleid kan rationele farmacotherapie ondersteunen? Luisteren, luisteren en luisteren, en zo mogelijk tools ontwikkelen.

We hebben gewerkt aan de verbetering van de data. Zoals iedere data-analist weet ‘carbage in = carbage out’. Het verbeteren van de input hebben we gedaan op het niveau van de software, de analyses en in gesprek met de professionals.

  • We hebben gewerkt aan optimale analysetechnieken, betere statistiek die bij de gegevens paste (dit is per project of statistische vraag anders)
  • We hebben in expertgroepen gewerkt aan definities van benchmarks (BMs), wat heel inspirerend was.
  • We hebben gewerkt aan steeds betere visualisatie van de gegevens. (een plaatje kan meer zeggen dan 1000 woorden)
  • We hebben gewerkt aan betere samenwerking (en dat was soms heel lastig)
  • We hebben patiënten betrokken bij projecten en gevraagd wat hun ervaringen met geneesmiddelen waren. Wat zij nodig hadden.
  • We hebben gekeken wat elders in Europa en de wereld gebeurde en (niet) werkte
  • . . . meer
  • aanvullen

In die jaren dat ik met prescriptieterugkoppeling (PTK), beleidsanalyse en kwaliteitsbeleid bezig was, had ik steeds het gevoel in een onmogelijke spagaat te zitten. Ik wilde horen van zorgverleners[2] waar ze tegenaan liepen en cijfers gebruiken om dat te kwantificeren, analyseren en verbeteren. Ik wilde ook valide gegevens en analyses over verschillen tussen zorgverleners. Dat samen wilde ik dan uiteraard gebruiken om de kwaliteit van farmacotherapie te verhogen.

Zodra je cijfers laat zien vragen mensen wat goed is en wat niet. Ze willen een indicatie[3] (een aanwijzing) of ze goed op weg zijn. Vaak antwoordde ik dat dat afhankelijk is van waar ze naartoe willen, maar we willen ons graag vergelijken en soms zijn er ook duidelijke normen dat meer medicatie (maagprotectie onder bepaalde voorwaarden) of vooral minder (slaapmiddelen, antibiotica) beter is. Zo kwamen er steeds meer maten als benchmarks, (proces-, uitkomst- kwaliteits-) indicatoren, normen, gemiddelden, xxxvergeetikiets?, veranderdoelen, etc voor wat in zijn geheel beleidsinformatie (kwaliteitsbeleid, transparantie) heet. Een kakofonie van begrippen waarbij belangen niet altijd even transparantie zijn. Toch moet transparantere zorg mogelijk zijn. Transparantie waar patiënten beter van worden.

Ik ontdekte gaandeweg dat net zoals de geschiktheid van geneesmiddelen zeer afhankelijk is van tijd, plaats, persoon etc, ook beleidsinformatie helaas niet universeel bruikbaar bleek. Dat daar bovendien erg veel verwarring over was. ‘Meten is weten’ is helaas maar zeer ten dele waar. Zodra meten over meer dan medicijnen gaat wordt dit uiteraard nog complexer. Goede zorg is meer dan verrichtingen.

Marc Berg deed al in 2002[4] een hele goede poging om de frustratie rond indicatoren te verminderen door een scheiding te maken tussen interne en externe indicatoren. Zijn onderscheid in indicatoren om te leren versus indicatoren om te vergelijken leek mij het ei van Columbus, helaas veranderde er niet zoveel. De frustratie bij de artsen en apothekers die ik vaak sprak verminderde nauwelijks.

Er kwam steeds meer aandacht voor verbetering van de indicatoren en (in mijn opinie) minder aandacht voor de kleinschaligheid en werkelijkheid van de weerbarstige alledaagse zorgpraktijk. ook ik raakte ondertussen gefrustreerd over beleidsmakers die met cijfers grip wilde krijgen op de kwaliteit in de praktijk. LET op! Ik ben vóór meten in de zorg. Maar als een indicator tbv de validiteit een deel van de patiënten heeft geschrapt[5] gaat het niet meer over de hele praktijk. Bij met name individuele (huis)artsen gaat het dan om hele kleine getallen. Mijn favoriete vraag in veel overleggroepen was dan ook: Weet iemand hoe groot de noemer nu nog is? Met een korte blik op wat algemene statistieken deelde ik dan het aantal patiënten of recepten door het aantal huisartsen in Nederland. Geavanceerde validatie en overleggroepen bleken ook geen panacee.

Inmiddels is er een trend om zorg in allerlei thema’s of domeinen in te delen en zo door een multidimensionale aanpak grip te krijgen op de kwaliteit van zorg (en een eerlijke verdeling van de middelen). Er zijn inmiddels heel veel maten in omloop, die ook allemaal beheerd moeten worden. Dit geeft zeker inzicht gevende informatie voor wie het in samenhang kan interpreteren. Goed om samen in gesprek te gaan, maar zodra deze gefragmenteerde informatie gebruikt moet worden om harde conclusies te trekken over de kwaliteit van zorg is Nederland erg klein.

Voorbij IVM: Hoe dan wel meten?

Toen kwam de tijd dat ik verder moest. Ik bedacht me dat ik wilde weten hoe meten WEL kan , of in ieder geval minder polariserend. Ik ben toen gaan praten met een zo divers mogelijke verzameling van experts op dit gebied. Ik heb aan iedereen gevraagd wat meten kan bijdragen aan de kwaliteit van zorg en hoe dat vooral zou moeten. Waar ze mee bezig zijn, waar ze zich aan ergeren, welke uitdagingen ze zien en wat anders moet. Ik heb hiervoor mensen uitgebreid over geïnterviewd en uiteraard met veel anderen hierover gesproken[6]. Mijn doel was steeds hier zo open mogelijk in te staan en een antwoord te vinden op: “Meten, hoe dan wel?”

Uiteraard kwamen uit deze gesprekken heel veel verschillende visies en oplossingen. Om de grote lijn te kunnen ontdekken (om zinvolle informatie uit zoveel informatie te halen) heb ik het bewust een paar maanden laten liggen. Ondertussen sprak ik regelmatig (gefrustreerde) zorgverleners [7], volgde het nieuws en las wat rapporten hierover.

Doel: Omdat ik blijf geloven in de meerwaarde van meten in de zorg, maar ook denk dat we hier teveel vanuit eilandjes aan werken maak ik dit verslag. Ik beschrijf hieronder wat mij opviel en wat ik leerde van al deze gesprekken.

METHODE

Ik heb een vrije interviewtechniek gebruikt. Ik heb de gesprekken NIET opgenomen omdat ik wilde dat mensen zich geheel vrij voelden om alles te zeggen. Ik heb wel aantekeningen gemaakt en de gesprekken zo uitgebreid mogelijk uitgewerkt direct daarna. Als hierom gevraagd werd stuurde ik het verslag daarna op. De meeste geïnterviewden wilden vooral graag op de hoogte gehouden worden met wat ik hier verder mee ging doen. Iedereen vond het een belangrijk onderwerp.

Ik heb toegezegd dat iedereen anoniem mocht blijven. Daarnaast heb ik iedereen gevraagd wie ik verder nog zou moeten spreken volgens hem of haar. Daar heb ik dan geprobeerd een afspraak mee te maken. Ik begrijp dat deze methode onvolledig is want er lopen in Nederland heel veel benchmarkdeskundigen rond. Ik had tot sommige mensen (met name waar ik mee gewerkt had) ook veel sneller toegang dan tot anderen die mij niet kenden of die geen focus op prescriptiegegevens leggen. Verder is het ook niet gelukt om met iedereen een afspraak te maken. Er staan nog wat mensen op mijn verlanglijstje.

Mijn belangrijkste doel was echter om de spagaat tussen beleid en praktijk goed in beeld te brengen . Op dat spanningsveld heb ik me geconcentreerd. Binnen de farmacie weet ik daar het meeste van. Ik verwacht dat deze bevindingen ook herkenbaar zijn voor andere therapeutische interacties en als inspiratie gebruikt kunnen worden voor andere zorggebieden.

Ik begon meestal met onderstaande vragen, maar liet vooral de geïnterviewden aan het woord.

  • Waar zijn jullie mee bezig?
  • Wat zijn hypes en quick wins?
  • Waar maakt u zich boos over?

Later vroeg ik dan:

  • Hoe ziet de toekomst eruit, als het aan u ligt?

RESULTATEN

Ik heb ruim een uur gesproken met 13 mensen die hun sporen hebben verdiend in benchmarking en dergelijke (zie bijlage [8]). Bij doorvragen had iedereen grotendeels begrip voor de zienswijze en kritieken van andere partijen, maar ook af en toe grote pijnpunten. Ze spraken allemaal op persoonlijke titel maar kenden veel verhalen van collega’s. Ik heb veel gehoord en ben gestopt met het benaderen van nieuwe mensen toen ik het gevoel kreeg vooral dezelfde argumenten terug te krijgen.

Bijlage 1 bevat een verzameling citaten en tekst die ik uit alle aantekeningen heb gehaald. Dat kan op diverse manieren bekeken worden.

Ik probeerde per opmerking het volgende uit: (pijn: de geïnterviewde heeft met name last van . . . ). Een bekend marketingprincipe is om de pijn (frustratie) eerst goed te benoemen om mensen klaar te krijgen voor een verandering (en betalen voor jouw product). Waarom willen mensen dat de dingen anders zullen gaan in de toekomst? Hoe groter de pijn hoe groter de motivatie (inzet, investering) tot veranderen. Daarom probeerde ik dit element te benoemen in ieder tekstfragment.

Daarna heb ik geprobeerd de kritiek op de huidige maten/ benchmarks etc te classificeren. Hiervoor heb ik de citaten gegroepeerd in een tabel met hoofdgroepen, toelichtingen per groep en dan de citaten die daarbij passen. Zie bijlage 1 voor deze tabel met alle citaten.

ANALYSE

De knelpunten rond het meten in de zorg kon ik als volgt samenvatten:

De echte wetenschapsoptimisten zijn ervan overtuigd dat we de waarde van zorg steeds beter kunnen meten. We kunnen steeds meer en beter data koppelen, beter corrigeren en met meer factoren rekening houden. Een universele maat om alle soorten zorg te vergelijken is binnenkort mogelijk. Oké de overheid en het publiek begrijpt nog niet genoeg van statistiek, maar daar moeten we gewoon beter over communiceren en mensen hierin opvoeden. De overheid moet natuurlijk wel ook transparant zijn over besluitvorming en het doel van allerlei maten, anders verpest dit de informatie.

Daarnaast is er een groep die vooral argumenteert dat meten het zorgproces teveel verstoord. De maten gaan bovendien niet over de praktijk, met name omdat ze er onvoldoende rekening mee houden dat iedere zorgpraktijk anders is. Bovendien zijn binnen het zorgproces de belangrijkste handelingen niet in maat en getal uit te drukken. Luisteren en compassie is ook zorg. Iedere interventie (zorg-interactie) is uniek.

Soorten kritiek in assen

Door de citaten diverse malen te bekijken, labelen en hergroeperen ontstonden er verschillende assen (dimensies) waarin de geïnterviewden problemen en oplossingen zagen. Enigszins in extremen uitgedrukt zou je kunnen zeggen dat er allereerst verschillende zienswijzen over de ‘principiële meetbaarheid’ van de zorg zijn. Sommigen geloven dat we door hier genoeg in te investeren tot een universele maat voor de zorg kunnen komen, andere benadrukken vooral dat zorg te complex is om (alleen) in maat en getal te vangen. De tweede belangrijke tegenstelling in het debat is het effect van meten op het proces. Beleidsmakers zijn geneigd te denken dat meten het proces niet beïnvloedt en dat maten met verschillende doelen door elkaar heen gebruikt kunnen worden of verwisseld. Op de werkvloer wordt echter soms gezegd dat meten het zorgproces verstoord. Meten kan afleiden van ‘echte zorg’ en wat echt moet gebeuren bij deze patiënt, op dit moment. Deze as noem is ‘kijken verandert de werkelijkheid‘. Tenslotte is er in het debat een as over beperkingen en misverstanden rond (zorg-) statistiek. Hiermee bedoel ik enerzijds het argument van diverse groepen zorgverleners dat hun praktijk (afdeling, ziekenhuis) te klein is om landelijke gegevens te extrapolen. De meeste (statistische) correcties lossen dit probleem niet afdoende op (volgens hen). Aan de andere kant van deze as zit kritiek rond de non-informatie (en schijnzekerheid) van ranglijstjes, ‘total body scans’ en boulevardepidemiologie. Niemand heeft er wat aan, maar de media en adverteerders zijn er gek op.

Deze indelingen zou ik graag (opnieuw) voorleggen aan meer experts/ meetdeskundigen.

DISCUSSIE

Andere aspecten van meten die ik (nog) niet in dit verhaal heb opgenomen

Andere manieren en indelingen die ik tegenkwam om naar kwaliteit (meten) te kijken. Met vergelijkbare doelen: Hoe meet je goede (farmaco-) therapeutische interventies? We zouden graag tot een taxonomie van maten voor zorg komen.

Uiteindelijk ben je bij je behandelbeleid steeds aan het balanceren tussen optimalisaties in veel verschillende dimensies. Dat merk je bij meten pas echt goed. De doel kunnen conflicterend zijn en moeten per patiënt per moment (en plek) gewogen worden voor een besluit. Bijvoorbeeld:

  • Korte termijn vs lange termijn (bv pijnstilling)
  • Individu vs groep (bv antibiotica of extreem dure behandelingen)
  • Werking vs bijwerkingen (bv oncolytica)

(Andere leuke indeling: It is about how the patient feels, functions and survives)

  • Niemand missen vs niemand overbehandelen (bv statines, preventieve medicatie)
  • Onderdosering vs overdosering (bv gewicht, nierfunctie etc iedereen is anders)
  • Te laat ingrijpen vs te vroeg ingrijpen (bv extra complicaties, bijwerkingen of overbehandeling)

Daarnaast denk ik dat er een essentieel verschil is tussen meten voor wetenschappelijk onderzoek en meten om de praktijk te monitoren (implementeren of diverse beleids- en politieke doelen). Bij wetenschappelijk onderzoek is het geëigend om een veel groter deel van het budget aan meten te besteden. Bij ander onderzoek is er een limiet aan het percentage van de middelen dat je aan registreren en meten wil besteden.

Steeds afwegen tussen deze effecten voor farmacotherapie of andere therapie of gedragsinterventies of nietsdoen (conservatief beleid).

Geneesmiddel nodig ivm klacht/ ziekte vs geneesmiddel in relatie tot andere medicatie en aspecten van het leven van de patiënt (hier en nu).

Geneesmiddel ja/nee vs Het beste tijdstip om met een geneesmiddel te beginnen (time sequence analyses – juiste moment, juiste duur, en in relatie tot klachten en andere medicatie)

Er is een (pendel) beweging van procesindicatoren naar uitkomstindicatoren. Er is ook een beweging tussen de volgende vragen:

  • Hoe worden geneesmiddelen voorgeschreven?
  • Hoe worden ziekten behandeld?
  • Hoe worden patiënten behandeld?

Dit heeft onder andere met valideerbaarheid te maken. De eerste vraag is eenvoudiger te beantwoorden.

Bij meten moet je steeds balanceren op de lijnen:

  • Valideerbaarheid vs representativiteit (extrapoleerbaarheid)
  • Actualiteit vs validiteit (het kost tijd om een maat goed te valideren)
  • Extrapoleerbaarheid vs de uniciteit van iedere beslissing in de zorg (pt/ zorg is tijd en plaatsgebonden)

Verder:

Er met meer aandacht zijn voor definities / afspraken over registreren. En meer investeren in goede tools. Op ziekenhuisniveau moet beleidsinformatie meer prioriteit hebben[9].

Afbeelding 2

Hiermee probeerde ik in 2001 uit te leggen hoe VLDB zich verhouden tot de praktijk.

[1] Dat was eenvoudig een omkering van 10 manieren om prescriptiegegevens te verbeteren, waar ik ooit een lijstje van had gemaakt voor artsen en apothekers.

[2] En patiënten, daarvoor was het Meldpunt Medicijnen

[3] indicatie betekent ook vingerwijzing

[4] Paradigma’s van kwaliteit Marc Berg, Wim Schellekens Medisch Contact 2002

[5] In verband met co-morbiditeit, leeftijdsgrenzen, co-medicatie, verhuisgedrag of andere ‘missing data’ worden meestal niet alle patiënten voor de benchmarks gebruikt.

[6] Mijn zinnetje: “Ik weet dat benchmarking in de zorg voor veel frustratie kan zorgen, daarom doe ik onderzoek naar hoe kwaliteitsmetingen in de zorg wél kunnen bijdragen aan kwaliteit.” Leverde altijd heftige reacties en interessante verhalen op.

[7] Ik wil, zodra ik dit meer uitgewerkt heb, alle geïnterviewden om commentaar vragen en vragen of ze hun naam erbij willen zien. Hetzij als bedankje, hetzij als mede-auteur oid.

[8] Bijlage namen overleggen met geïnterviewden

[9] Tip om nog te spreken met Frank Arnoli en Paul Smits over de rol van ziekenhuis bestuur hier in.

What if money was no longer the most valuable asset a company could offer an employee?

Deze vrouw zet de heel HR op zijn kop, en ze luisteren ook nog:
Wat als je banen niet vooral op finaciele waarde analyseert?
MmmmmmMMM dit ruikt naar de (on)meetbaarheid van werk.

The Hot Spots Blog

Lynda - Hot Spots Movement - Portrait by LK - web size 72dpiWhat is the most valuable asset a company can give an employee?

Historically the answer was simple – money. That’s why the HR function of most companies goes to such extreme lengths to design pay packets (bonuses, team-based rewards, stock options and so on) and to decide through antiquated performance management systems who gets paid what. Indeed, it’s why they’ve been persuaded that senior leaders really are worth up to 200% more than the pay of an average employee.

Yet we have known for sometime that although pay might indeed be a valuable asset for an employee, it’s unlikely to be the driver for their motivation. Indeed years of research have shown that this valuable asset turns out more often to be a source of dissatisfaction rather than a motivator. Most people don’t work harder, or more creatively or cooperatively because they are paid more.

So recently the search has…

View original post 664 woorden meer

meten

Waarom zorg zo lastig te meten is (korte samenvatting)

Ongepubliceerd onderzoek over meten.

Ik ben een (onder) zoekertje en twee jaar geleden kreeg ik de gelegenheid allerlei mensen te interviewen over de (on)meetbaarheid van zorg. Het leverde prachtige informatie op die ik graag wil delen. Ik heb geprobeerd er een publicatie van te maken bij een tijdschrift of uitgever, maar dat lukte niet. Het is weerbarstige materie. Daarom eerst eens op deze blog.

Door het steeds opnieuw samen te vatten en op te schrijven wordt het hopelijk scherper. Bovendien vind ik dat het vooral verteld moet worden.

Eerst een korte samenvatting van de resultaten.

KORTE RESULTATEN

De knelpunten rond het meten in de zorg (gechargeerd) samengevat

De echte wetenschapsoptimisten zijn ervan overtuigd dat we de waarde van zorg steeds beter kunnen meten. We kunnen steeds meer en beter data koppelen, beter corrigeren en met meer factoren rekening houden. Een universele maat om alle soorten zorg te vergelijken is binnenkort mogelijk. Oké de overheid en het publiek begrijpt nog niet genoeg van statistiek, maar daar moeten we gewoon beter over communiceren en mensen hierin opvoeden. De overheid moet natuurlijk wel ook transparant zijn over besluitvorming en het doel van allerlei maten, anders verpest dit de informatie.

Daarnaast is er een groep die vooral argumenteert dat meten het zorgproces teveel verstoord. De maten gaan bovendien niet over de praktijk, met name omdat ze er onvoldoende rekening mee houden dat iedere zorgpraktijk anders is. Bovendien zijn binnen het zorgproces de belangrijkste handelingen niet in maat en getal uit te drukken. Luisteren en compassie is ook zorg. Iedere interventie (zorg-interactie) is uniek.

Soorten kritiek in assen

Door de citaten diverse malen te bekijken, labelen en hergroeperen ontstonden er verschillende assen (dimensies) waarin de geïnterviewden problemen en oplossingen zagen. Enigszins in extremen uitgedrukt zou je kunnen zeggen dat er allereerst verschillende zienswijzen zijn over de ‘principiële (on)meetbaarheid’ van de zorg. Sommigen geloven dat we door hier genoeg in te investeren tot een universele maat voor de zorg kunnen komen, andere benadrukken vooral dat zorg te complex (of juist intiem) is om (alleen) in maat en getal te vangen.

De tweede belangrijke tegenstelling in het debat is het effect van meten op het proces. Beleidsmakers zijn geneigd te denken dat meten het proces niet beïnvloedt en dat maten met verschillende doelen door elkaar heen gebruikt kunnen worden of verwisseld. Aan de andere kant, op de werkvloer wordt soms gezegd dat meten het zorgproces verstoord. Meten kan afleiden van ‘echte zorg’ en wat echt moet gebeuren bij deze patiënt, op dit moment. Deze as noem ik ‘kijken verandert de werkelijkheid‘. Deze as heeft een praktijk en een beleidskant.

Tenslotte is er in het debat een as over misverstanden en beperkingen van (zorg-) statistiek. Hiermee bedoel ik enerzijds het argument van diverse groepen zorgverleners dat hun praktijk (afdeling, ziekenhuis) te klein is om (landelijke) gegevens te extrapoleren. De meeste (statistische) correcties lossen dit probleem niet afdoende op (volgens hen, en daar hebben ze vaak gelijk in). Aan de andere kant van deze as zit kritiek rond de non-informatie (en schijnzekerheid) van ranglijstjes, total body scans en boulevard-epidemiologie. Niemand heeft er wat aan, maar de media en adverteerders zijn er gek op.

methode

Ik heb met minstens 13 mensen die hun sporen hebben verdiend rond de meetbaarheid van zorg ruim een uur gesproken. Bij doorvragen had iedereen best wel begrip voor de zienswijze en kritieken van andere partijen, maar er is ook veel onbegrip en frustratie. Ze spraken allemaal op persoonlijke titel en kenden veel verhalen van collega’s. Ik heb veel informatie verzameld en ben gestopt met het benaderen van nieuwe mensen toen ik het gevoel kreeg vooral dezelfde argumenten terug te krijgen. Meten in de zorg was duidelijk voor iedereen een belangrijk onderwerp.

Voor mij persoonlijk is het belangrijk dat meten vooral gebeurt op een manier waarop de patiënt er beter van wordt. Door het meten van overbodige dingen of op een onzinnige manier verspillen we energie. Door polarisatie over meten (of in de communicatie) schieten we niet genoeg op. Daar zou ik graag wat aan doen.

Ik ben begonnen met een verzameling citaten en teksten die ik uit alle aantekeningen heb gehaald. Deze heb ik op diverse manieren bekeken.

Ik probeerde per citaat onder andere het volgende uit: (welke pijn heeft de geïnterviewde met name last van?) Waarom willen mensen dat de dingen anders zullen gaan in de toekomst? Hoe groter de pijn hoe groter de motivatie (inzet, investering) tot veranderen. Daarom probeerde ik dit element te benoemen in ieder tekstfragment. Daarna heb ik geprobeerd de kritiek op de huidige maten/ benchmarks etc te classificeren. Hiervoor heb ik alle citaten gegroepeerd in een tabel met hoofdgroepen, toelichtingen per groep en dan de citaten die daarbij passen. (een soort ‘grounded theory’ methode)

on-meetbaarheid van zorg

vervolg

Deze indelingen ga ik (opnieuw) voorleggen aan meer experts/ meetdeskundigen. Ik zou graag meer citaten verzamelen en kijken of er dan nog andere dingen zijn die ik over het hoofd heb gezien.

Een verhaal dat blijft hangen

Where the heart is

Ik heb eindelijk een DVD teruggevonden die ik nog terug wilde zien.-Where the Heart is-, met Nathalie Portman –  Over een meisje dat zwanger raakt en haar eigen weg vindt.

Een heldinnenreis

Uit een ‘white trash trailercamp’ naar een rustig dorpje en uiteindelijk als (beroemde) fotograaf. Het verhaal begint ongeveer als haar baby in de Wallmart wordt geboren en verder is het een heerlijke tearjerker.

Geen HBO personages

Ik keek vorige week opnieuw en vroeg me af wat ik bijzonder vond aan deze film. Ik ben een beetje klaar met al die HBO en Netflix verhalen waarin de hoofdrolspelers meedogenloze slechteriken zijn. Mensen die doordacht en harteloos met de levens van anderen spelen. Daarbij de ondertoon dat je beter af bent als gewone sukkel, want die hoge bomen hebben het echt héél zwaar.

Gewone sukkels van vlees en bloed en een echt hart

Deze film is denk ik vooral mooi omdat de slechteriken geen grote kwade geesten zijn. Het zijn vooral helden met fouten (zoals het volgens mij in de echter wereld ook meestal is)  😉

Omarm je eigen gebreken

Zie Brené Brown niet zoiets als “Pas als je je eigen imperfecties kunt omarmen kun je dat ook van de wereld verwachten”? De karakters in deze film kun je echt omarmen.

Geluk is klein, opruimen is klein geluk.

Klein Geluk en opgeruimd zijn

Ik ben denk ik mijn hele leven op zoek naar klein geluk. De mooiste momenten zijn klein in eenvoud en groots in belevenis. De ondergaande zon, de glimlach van een kind, een weggepinkte traan. Te banaal voor een intellectueel springertje als ik.

Een opgeruimd huis is ook klein geluk. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik al voor de tweede keer een recensie maakte over een boek over opruimen (terwijl dat niets met mijn vak of werk te maken heeft). Inmiddels heel hip een vlog. Mijn vader attendeerde mij op een andere recensie die ik ooit schreef over een ander boek over opruimen. EN hij toverde deze uit zijn archieven. Bij deze een herhaling.

een oude boekrecensie over opruimen

= = = = = == = Met dank aan Gerard:

Dit is de beloofde (en on-opgemaakte) recensie van Martine over een opruimboek als bijlage van mijn dagboek 13:59 27-12-2001. recensie voor het tijdschrift Genoeg, non-Glossy lifestyle magazine.

Julie Morgenstern, Organiseren van binnen naar buiten

Een helder en doeltreffend systeem om je huis, je kantoor en je leven op orde te brengen. FL 45,= Uitgeverij Nieuwezijds (ca. 20.5 euro’s !) Het enige boek over organiseren dat je werkelijk nodig hebt om het minder druk te krijgen.

HOEZO!? en achterdocht

Bij zo een titel, subtitel en pretentieuze slogan raak ik al snel achterdochtig. “Moet ik zeker allemaal mooie dure doosjes kopen.” Tot mijn verbazing staat er juist “Koop nog niets!” Mijn eerste vooroordeel getackeld. Ik ben nieuwsgierig geworden naar dit boek omdat ik denk dat consuminderen kan beginnen met kunnen vinden wat je hebt. Dat scheelt niet alleen geld, maar ook veel tijd (in ergernis zoekend doorgebracht).

de kleuterschooltruc

Al lezend merkte ik dat ik op de goede weg ben. Haar methode en bemoedigende woorden geven me moed en zin om verder te gaan. Onder andere door mijn gezinsleden er meer bij te betrekken. Verder bevat het veel tips over hoe in kleine stapjes te beginnen en om gemotiveerd te blijven bij grotere projecten. Wat is dat systeem? Julie Morgenstern noemt het haar kleuterschooltruc. Net als daar, verdeel je de ruimte in zones en geef je alles een duidelijke eigen plek. Wat geen plek heeft kan niet georganiseerd worden.

Begin bij het begin

De eerste delen van het boek zijn algemeen, hierin legt ze haar strategie uit. Daarna past ze dezelfde strategie toe in 11 hoofdstukken voor alle kamers, kasten en hoeken van je huis en kantoor. Uiteindelijk past ze dezelfde methode toe op tijdsmanagement en technologiebeheer.

Begin met graven

Het gaat als volgt: Vòòr je een plan maakt vraag je jezelf af wat wel (!) èn wat niet werkt in de huidige situatie, welke spullen essentieel voor je zijn, waarom je wilt gaan organiseren en wat de oorzaak van de problemen is (dit laatste kan heel diep liggen, de schrijfster gaat hier in de inleidende delen uitgebreid op in). Dan maak je een plan (strategiseer!). Daarbij kijk je wat je aan kastjes en ruimte hebt, en welke zones je nodig hebt en kunt creëren Hierna mag je pas extra dozen of andere opruimparafernalia gaan kopen.

strategie en dan aanvallen

Tenslotte aanvallen: sorteren, afdanken, plek toewijzen, bundelen en onderhouden. Zoals bij veel Amerikaanse boeken volgt er op een gegeven moment een eindeloze herhaling van variaties op hetzelfde. Dat is hier niet erg. Het is geen leesboek. Je moet zelf aan de slag en je handen gaan jeuken van dit boek.

Ja maar wat als…..

Ze heeft begrip voor hèt dilemma van de echte consuminderaar: Wij zoeken een balans tussen bewaren en afstand doen van spullen. Misschien kun je ‘ooit’ iets met dit ding, maar het neemt nu ruimte in. Het zou nù iemand anders blij kunnen maken en zorgt wellicht dat je geen overzicht hebt over dingen die je nù wel bij de hand moet hebben. Een en ander is natuurlijk afhankelijk van de beschikbare ruimte, maar altijd geldt: Je hebt er alleen iets aan als je het op het cruciale moment ook kunt vinden.

Opgeruimd scheelt euro’s

Dat organiseren de investering waard is, wordt ons diverse malen fijntjes voorgerekend. Los van alle noodaankopen (inclusief de onkosten voor te laat betalen kan dit tot 15 à 20% van het budget oplopen) en de verloren zoektijd, blijkt dat een georganiseerd huis beter verkoopt. Je mag dus best investeren in een goede opruimactie. Genoeg, ik ga organiseren!

Martine E.C. van Eijk

No Science Is An Island

Een van de verleidingen van wetenschappelijk onderzoek is om steeds verder door te graven naar een steeds kleiner detail dat meetbaar is – en vooral – dat doet waar je stilletjes op hoopt.

Er zijn veel interventies die meer effect op ons welbevinden hebben dan pillen, maar pillen zijn telbaar en passen zo goed in een dubbelblind gerandomiseerd onderzoek. Placebopillen zijn een stuk eenvoudiger dan placebo-steungroepen, placebo-mediteren of placebo-beleidsmaatregelen. Pillen en drankjes relateren ook aan een eeuwigdurende zoektocht van de mens: een tovermiddel dat ons onoverwinnelijk en onsterfelijk maakt. Of het nu het toverdrankje uit Asterix en Obelix is, de steen der wijzen van Harry Potter, of de Heilige Graal.

Meetbaarheid en statistiek hebben de status van het orakel van Delphi gekregen. Er wordt iets heel belangrijks gezegd, je weet alleen niet wanneer het van toepassing zal zijn. Hoe míjn balletje rolt zegt het onderzoek niet. Net zomin als Oedipus wist wáár hij zijn vader of moeder zou ontmoeten.

Ik ben niet tegen wetenschap of statistiek. We boeken steeds vooruitgang, we behandelen diabetes, wonden, fracturen, kanker als nooit tevoren. Onze gemiddelde levensverwachting is hoger dan ooit. We kunnen naar de maan en zonder telefoon of computer wil ik echt niet meer. Maar in de 18de eeuw werden in Engeland ook heel veel mensen ouder dan 80 jaar. Het was een stabiele samenleving met een gematigd klimaat. In tegenstelling tot Frankrijk werd Engeland niet geplaagd door roversbendes die elke continuïteit (en oogst) vernietigden.

Zo blijkt iedere tijd de samenleving voor andere uitdagingen te stellen. Met sociale veiligheid, genoeg eten voor iedereen, scholing, ziektepreventie (onder andere met vaccins), schoon water, en riolering losten we veel problemen van de verstedelijking op. Nú is de grote uitdaging om problemen die zijn ontstaan door de toegenomen welvaart op te lossen. Welvaartsziekten of niet-overdraagbare ziekten zoals hart- en vaatziekten, kanker, longziekten, suikerziekte worden tegenwoordig door de Verenigde Naties als epidemische uitdaging benoemd.

Welvaartsziekten ontstaan niet alleen door overvloed. Ze ontstaan ook door ongebreidelde marketing waarbij hoogwaardige (wetenschappelijk onderzochte) beïnvloedingstechnieken worden gebruikt om ons te doen geloven dat geluk en gezondheid uit een potje of je portemonnee komen. Het politieke krachtenveld waarin dit mogelijk is, is net zo relevant als statistiek, farmacie en pathologie.

We zijn altijd onderdeel van een groter krachtenveld, als apotheker, als arts, als patiënt, iedereen. Je bent onderdeel van een groep (wat overigens heel belangrijk is voor je gezondheid) en de mythen eindigen meestal met de conclusie dat het antwoord in jezelf zit. Dat je zelf je grootste draak bent.

Ik ben vóór goed onderzoek en meten. Daarnaast zeg ik: “Vergeet vooral niet om regelmatig naar het grotere plaatje te kijken.” Daarom is het geneeskunde en geen geneeskunstje. Daarom is het ook levenskunst en moet je af en toe iets HEEL anders gaan doen.

“If you find yourself in a hole, stop digging. ;-)“

dr Martine van Eijk, arts np. ze heeft meer dan 10 jaar voor MFM gewerkt en sluit hiermee haar bijdrage aan de redactie af. Ze werkt als onderzoeker en trainer-coach.

en dit is dus een extra publicatie van de column in MFM-online.nl

Een verklaringsmodel voor ALLE KLACHTEN

Oude recensie

Ik vond deze recensie in mijn archieven. Omdat ik nu zo met recensies bezig ben èn omdat het boek me gevormd heeft zet ik hem even hierbij. Het is een beetje een losse flodder.

Een verklaringsmodel volgens John E. Sarno, M.D.

Doctor Sarno ontwikkelde in zijn lange carrière als revalidatiearts de volgende verklaring voor een heel scala aan de medische ongrijpbare pijnklachten zoals lage rugpijn, RSI, Fibromyalgie, migraine et cetera. Later hypothetiseerde hij dat ditzelfde mechanisme verantwoordelijk is voor allergieën, CFS, IBS en stemmingstoornissen.

Wie heeft er niets om gefrustreerd over te zijn?

Wanneer pijnklachten op de voorgrond staan, veroorzaakt opgekropte (onderdrukte) woede en frustratie ergens in het lichaam spierspanningen die de microcirculatie (is doorbloeding) verstoren Dit geeft subtiel en wisselend zuurstofgebrek dat pijn, tintelingen en spierzwakte kan veroorzaken. Vandaar het vaak grillige beloop in deze ziektebeelden. Bij die boosheid moet je vooral denken aan “inner child” conflicten. Heel herkenbaar zegt hij dan ook: “wees nou eerlijk. Wie heeft er niets om gefrustreerd over te zijn?

Van Freud naar microcirculatie

Je doet je uiterste best en het is nooit goed genoeg. Goedbedoelde acties blijken andere te kwetsen en bovendien gaan we ook nog eens allemaal dood.” In termen van Freud gaat het hier om een conflict tussen het narcistische -ik- en de ouder (die het nooit goed genoeg vindt). Deze ongeuite frustratie geeft microcirculatie verstoringen. Omdat de ‘pathologie’ eigenlijk een afleidingsmanoeuvre is om de frustratie niet bewust te hoeven worden, kan het lichaam daarbij diverse klachtenpatroon ontwikkelen. Zo verklaart hij “modeziektes”.

Nee het zit niet tussen je oren, maar komt daar wel vandaan.

Daarbij zegt hij expliciet dat de pijn (klachten of moeheid) niet tussen de oren zit, maar daar wel vandaan komt. Zijn therapie bestaat vooral uit het begrijpen van dit proces. Accepteer dat er anatomisch (fysiologisch /immunologisch /neurologisch) niets mis is met je. Daarnaast gewoon deze existentiële frustratie accepteren. De ziekte is namelijk een afleidingsmanoeuvre van het lichaam om ons van deze pijnlijke emoties af te leiden. Volgens dokter Sarno zijn lichamelijke klachten, angst, depressie en agressiviteit equivalenten van elkaar.

Een psychologische bron van ellende

Deze problemen zijn uitingen van hetzelfde krachtige onderbewuste proces (p24 boek). Volgens dokter Sarno heeft tweederde van de mensen daar behalve inzicht geen extra hulp bij nodig (anders adviseert hij psychotherapie of ondersteunende gesprekken). Bij mensen die zijn theorie accepteren claimt hij genezingspercentages van meer dan 90 procent. Hij is bewust gestopt met alle fysiotherapie, haptonomie en dergelijke omdat dat juist somatiseert, zelfs bij patiënten met inzicht in het psychologische ontstaanspad.

Pro memorie

Hij stelt dat lichaam en geest een zijn, vandaar de TITEL: Mindbody.Deze samenvatting is zijn boek, maar wel kort door de bocht. Het klopt wel mijns inziens (de samenvatting, maar ook de inhoud kan ik ver in meegaan.) http://www.healingbackpain.com via zijn website kun je video’s en info krijgen.

PERSBERICHT lancering Co-creatie eHealthboek

lancering Co-creatie eHealthboek

Co-creatie eHealthboek,  brenger van nieuwe inspiratie en innovaties voor de grote uitdagingen in de zorg!

Het co-creatie eHealthboek is vandaag officieel gelanceerd. Het eboek is met 250 co-auteurs in 9 maanden, in een unieke co-creatie, tot stand gekomen.

Integrale benadering van eHealth 

In het gratis eboek wordt de theorie en praktijk met betrekking tot eHealth vanuit verschillende perspectieven beschreven. Wat is het? Waar liggen kansen en bedreigingen? Wat zijn lessons learned en mogelijkheden om te versnellen? Welke randvoorwaarden moeten worden ingevuld om te komen tot grootschalige implementatie en wat zijn interessante eHealth innovaties?

Positief prikkelen

Met dit co-creatie eHealthboek willen circa 250 co-auteurs iedereen in de zorg op een positieve wijze prikkelen om te komen tot verandering met behulp van eHealth. De komende jaren staat het zorgsysteem flink onder druk. Er zijn fundamentele wijzigingen van het zorgstelsel nodig en eHealth kan hierin een positieve bijdrage  leveren. Want volgens de initiatiefnemers en de 250 co-auteurs kan eHealth de kwaliteit van zorg verbeteren en tegelijk de kosten beperken.

Mijn visie op eHealth.

Ik zie dat de inzet van eHealth geweldige mogelijkheden geeft om de kwaliteit van zorg te verbeteren, de toegankelijkheid te vergroten en ook de kosten te beperken. Daarbij moet de mens steeds leidend zijn en niet de techniek of het financiele plaatje. Implementatie van eHealth is echter geen sinecure. Het is pure veranderkunde in plaats van een technisch kunstje. We staan volgens het boek nog aan het begin van de verandering. Denk mee zodat eHealth de goede kant wordt opgestuurd.

MY-reflection

Is een app in ontwikkeling die mensen wil helpen beter naar zichzelf te luisteren zodat ze een optimale balans kunnen vinden tussen wat goed is voor het gemiddelde en wat goed is voor hen zelf. MY-reflection was mijn bijdrage aan het boek.

Door co-creatie een breder draagvlak

Het initiatief beschikte tijdens de co-creatie over een adviesraad met zo’n 80 bestuurders en topexperts van zorgorganisaties, zorgverzekeraars, gemeenten en overheid. Ook (naam organisatie en/of  naam bestuurder of topexpert) is lid van deze adviesraad. Door zorgprofessionals, bestuurders, innovatoren, experts en cliënten te verbinden en daarover met elkaar bottom-up, zowel online als op de fysieke bijeenkomsten bij Achmea en VGZ, in gesprek te komen is er een bijzondere interactie, dynamiek, samenhang en groepsvorming ontstaan.

 gratis download van het eboek via www.zorginnovatieboek.nl

 Bijlage

 

Proces van het co-creatie eHealthboek

Op 17 maart 2014 is het co-creatie eHealthboek op het Health Valley congres aangekondigd. Na de aankondiging zijn diverse bestuurders en top-experts gevraagd om zitting te nemen in de adviesraad. De adviesraad telde zo’n 80 leden. Rond 1 april zijn de initiatiefnemers gestart met het benaderen van innovatoren, en hebben hen gevraagd of zij bereid waren om hun eHealth innovatie in het boek te laten opnemen. Om deel te nemen kon men een online enquête invullen. Uiteindelijk hebben meer dan 200 innovatoren de online enquête ingevuld. Parallel is er een proces gestart om co-auteurs op te roepen een bijdrage te leveren aan het boek. Uiteindelijk hebben zich zo’n 50 co-auteurs gemeld voor het schrijven van artikelen voor het boek. Op 1 september zijn de ruim 200 eHealth innovaties op de site van Zorginnovatieboek, www.zorginnovatieboek.nl gepubliceerd. Om de co-creatie verder inhoud te geven was de site vanaf dat moment publiek toegankelijk om op de eHealth innovaties te stemmen. Om de co-creatie nog meer body te geven zijn er twee fysieke co-creatie bijeenkomsten geweest. Op 2 oktober was er een fysieke co-creatie bijeenkomst in het conferencecenter van Achmea in Zeist. Op deze bijeenkomst is gesproken over de randvoorwaarden om te komen tot succesvolle eHealth implementatie. Op 26 november was er een fysieke co-creatie bijeenkomst in het hoofdkantoor van VGZ in Arnhem. Daar is een preview van het boek getoond en is er in co-creatie gekomen tot aanpassing van de managementsamenvatting en adviezen in het boek.

 

Contactgegevens initiatiefnemers

Co Politiek: co.politiek@aimtrack.nl | 06-46182285

Remco Hoogendijk : remco.hoogendijk@sbhin.nl | 06-28909188

Site : www.zorginnovatieboek.nl

FAQ 4: Wat zijn de risico’s van Big Data toepassingen?

Big Data

Zoals we in de vorige artikelen al hebben besproken merken we nu nog niet zoveel van Big Data, maar is het fenomeen al wel overal aanwezig in onze samenleving. We creëren samen, veelal ongemerkt, enorme hoeveelheden data. Data die klaar liggen om op nieuwe manieren met elkaar gecombineerd te worden en zo nieuwe inzichten te bieden. Het verzamelen van zoveel mogelijk data is vanuit dit perspectief een kans op nieuwe kennis, maar levert ook een aantal dilemma’s op. Want hoever willen we gaan in het monitoren en meten van onze leefwereld, met het registreren van onze acties, onze persoonlijke keuzes en omstandigheden? En hoe garanderen we de anonimiteit en correctheid van zulke gegevens? Zijn zulke garanties nog wel te geven?

Deze vragen worden belangrijker naarmate de informatie die we afgeven, persoonlijker wordt. Waarschijnlijk hebben we er weinig moeite mee om de staat van het asfalt op onze wegen te meten…

View original post 932 woorden meer

Jonathan Holslag over ambachtelijkheid

Ambachtelijkheid als beschavingssprong

Volgens Jonathan Holslag hebben we een beschavingssprong nodig. Het is 5 over 12, maar het goede nieuws is dat smaak, kwaliteit en vreugde ons kunnen redden. Europa heeft al vaker in de geschiedenis het voortouw genomen bij een kwaliteitssprong in de wereld (en de volgers van Spiral Dynamics zien zelfs een belangrijke positie voor Nederland). In Tegenlicht vertelt hij zijn standpunten.

Meuk verzwakt onze economie

Waarom verzwakken we onze economie door op grote schaal Aziatische meuk te kopen? Terwijl kwaliteit hier eeuwenlang de boventoon voerde. Hoe zit het met het verlangen naar duurzaamheid, geluk, smaak en schoonheid? Meuk is slecht voor onze economie en beschadigt de toekomst van onze kinderen. We moeten de race naar de bodem van goedkope, lelijke efficiëntie doorbreken!

Rehabilitatie van ambachtelijkheid

Het klinkt als een ode aan de MTS (waarom hadden we die eigenlijk zo uitgekleed?), een rehabilitatie van vakmanschap. Houd de identiteit van Europa hoog met kwaliteit. Meer mensen naar de maakeconomie. De reclamemakers weten het al, ze doen ons geloven dat bier en pastasaus, olijfolie en meubels in oeroude authentieke familiebedrijven gemaakt worden. De werkelijkheid is dat die bedrijven er wel (steeds meer) zijn, maar geen geld hebben voor zulke campagnes.

Holslag is geen protectionist

We moeten onze ideeën meer durven ruimte geven. Iedereen wil kwaliteit, duurzaamheid, geluk en een goede economie. De neerwaartse spiraal van steeds goedkoper moet worden omgebogen naar een vlucht vooruit. Door hoge standaarden te verlangen van álle partijen komt er voor iedereen meer zingeving. Mensen worden niet gelukkig in kantooraquaria, wel van bijdragen aan mooie producten (Dat kan een zakmes, een BMW, heerlijke thee, de beste appeltaart of iets anders zijn). Schaalvergroting is uit, je werk met plezier doen is in.

Globalisering 3.0

Een verbeterde globalisering, het uitwisselen van alles wat waarde heeft. Kennis, kunst, producten, maar geen meuk. Laten we het restje technologische voorsprong dat we hebben gebruiken. Luxe wordt het nieuwe normaal, weg met de rommel, ruimte voor kwaliteit en ambitie. Arbeid is geen kostenfactor, arbeid is ook vreugde en zingeving. Sinds wanneer zijn we dat vergeten? Laten we dat weer hoog waarderen. Houd je identiteit hoog met kwaliteit. Een nieuw paradijs door een synthese van meer vakmanschap en een veeleisend consumentenpubliek dat voor smaak gaat (maar zijn boek heb ik nog niet gelezen hoor).

Kessler 1896, Berlijn

Hij begint in Tegenlicht met een citaat van Kessler. Ik sluit ermee af.

“There has been too much made of the human community in suffering, as opposed to the human community of joy. We must strive not for fellow pity but fellow joy. The greatest possible elevation of the quantity of joy and thereby of life force in the world. It is only a nuance, but the difference in the consequences, even in practical terms, is great. It is a prejudice, even moreover a superficial one, that suffering is sometimes more mysterious, deeper and moving then joy. Both are equal to each other for both are perhaps the same or parts of the same. Like the two endpoints of a pendulums arc.”

Hieronder de links naar VPRO Tegenlicht en diverse interviews.

Jonathan Holslag bij Tegenlicht

Tegenlicht: Jonathan Holslag over smaak, kwaliteit en vreugde. WEG met MEUK!

(http://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/19-10-2014/VPWON_1219698)

En hij was al vaker op tv, die jonge professor. Mooi, frisse denkers en een briesje 😉

Z-talk (embedded):

http://kanaalz.knack.be/static/themis/model/video/videoPlayer.swf

òf (embedded) bij DWDD:

//media-service.vara.nl/player.php?id=310529