Categorie archief: Uncategorized

food01

Advertenties

Smaakt het echt lekker?

He zo werkt rebloggen???

Stapje verder Gegaan ūüėČ

Ik heb een nieuw woord geleerd: ‚Äėcomfortfood‚Äô. Ik denk dat we daarmee eten bedoelen waar je blij van wordt. Ik heb graag eten waar ik blij van blijf. Van veel zoete dingen krijg ik zo‚Äôn nare nasmaak. Daardoor wil ik steeds meer eten, tot ik me ineens bedenk dat ik mijn tanden moet gaan poetsen (en dat ook doe ūüėČ ).

Ik probeerde mijn kinderen uit te leggen dat eten ‚Äėlekker in je mond‚Äô kan zijn en ‚Äėlekker in je buikje‚Äô. Zelf vraag ik me dat ook regelmatig af:¬†Waar komt die zin in dat chocolaatje vandaan? Zit dat in mijn mond of in mijn buik of nog ergens anders? Hoe voelt dat over 10 minuten? Het helpt vooral bij het maken van een betere snack-keuze.

Wie van jullie herkent dat gevoel van ‚Äėlekker op je tong‚Äô of ‚Äėlekker in je buik‚Äô?

View original post

De RCT oftewel gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek

Het zijn manieren om meer te weten te komen of iets werkt voor jou. Neem nou het advies om elke avond een blokje om te lopen of een krachtpil te nemen. Idealiter doe je onderzoek in en grote groep (mensen) en vergelijk je de helft die iedere avond een blokje om gaat met de helft die dat niet doet. Zo zou je kunnen meten of de groep die een blokje om gaat fitter is na een paar maanden. Maar ja, misschien wordt je van de gedachte dat je beter voor jezelf zorgt wel beter. Naast een groep die een krachtpil gebruikt kun je nog een groep zetten die een neppil gebruikt, maar dat kan bij ‘blokjes om’ niet. Over dit en nog veel meer aspecten van goed onderzoek doen heeft Ben Goldacre een boek geschreven: Bad Science. (In het Nederlands: …)

Ik ben niet een gemiddelde

Die titel schoot me op een ochtend te binnen. Zou ik daar al mijn interesses onder kunnen samenbrengen?

Epidemiologie is leuk en zinvol, maar als het om en individu gaat is het niet voldoende.

Beleid kan heel zinvol zijn, maar voor sommige individuen pakt het wel eens verkeerd uit.

Regels en normen zijn goed bedoeld, maar zijn nooit een excuus om niet zelf te denken.

Tellen je calorie√ęn of je eetmomenten?

Ik raak steeds meer overtuigd dat het niet alleen om calorie√ęn gaat maar ook om hoe vaak je op een dag eet en wanneer. Mijn vader heeft het altijd over laat en uitgebreid ontbijten als beste voor je lichaam omdat je spijsvertering wakker moet worden. Bij een serie over het leven in de 16de eeuw in Engeland zag ik dat de boeren eerst een paar uur werkten en die tijd hadden de vrouwen in de keuken nodig om goed eten klaar te maken voor iedereen. Na √©√©n of twee uur werken werd er dan gezamelijk en uitgebreid gegeten. Ook de ayurveda heeft het over een uitgebreid ontbijt na wat eerste ochtendklussen, en dan niet meer eten tot de lunch. Laat ontbijten zie ik dus steeds vaker verschijnen als gezonde optie. Dat is natuurlijk heel iets anders dan ontbijt overslaan.

Maar hoe moet ik dat afwegen tegenover al het bewijs dat ontbijten goed is. Mensen die niet ontbijten zijn dikker, kinderen die niet ontbijten leren slechter. Mensen die niet ontbijten snoepen meer en eten ongezonder. Hoe zit dat dan? Uiteindelijk concludeerde ik maar dat in de industri√ęle tijdperk eerst thuis ontbijten het beste alternatief is.

Dan de lunch; dat is met alle bedrijvigheid buitenshuis ook een ondergeschoven kindje geworden. Dat betekent honger en snaaien om 4 uur.

Ten slotte het avondeten. Moet het uitgebreid of moet de lunch de meest uitgebreide maaltijd zijn? Ik denk dat het voor een deel moet zijn zoals goed bij jouw past, maar de bezigheden buitenshuis hebben ons niet in het meest gezond eetstramien gedwongen.

Helaas is het avondeten daarbij heel vaak niet de laatste maaltijd, maar eten nog flinke hoeveelheden¬†calorie√ęn¬†later op de avond, voor de buis of om wakker te blijven boven onze boeken. In toenemende mate raak ik ervan overtuigd dat dat niet goed is voor ons lichaam en ook maakt dat je sneller dik wordt. Volgens¬†Kris Verburgh word je er zelfs sneller oud van.

Dus toch nog eens over nadenken, wanneer eet ik. Niet alleen: “Wat eet ik?”

Verbieden of informeren?

Rathenau instituut¬†heeft een rapport uitgebracht over verbetertechnologi√ęn. Alles wat ons sneller, sterker, mooier en slimmer maakt, zeg maar. Sommige verbetermogelijkheden zijn eng. Embryoselectie omdat je een meisje wil, sporters die teveel van hun lichaam eisen door doping, mensen die ritalin moeten gebruiken van hun omgeving. Verbieden is lastig in dit werelddorp.¬†Het¬†rapport¬†-‚ÄėGoed, beter, betwist‚Äô: opkomst van mensverbeteringstechnologie√ęn- vraagt om overheidsbeleid. Maar wel gepast.

Een belangrijke aanbeveling is:

‚Äʬ† Zorg voor goede informatie

Mensen hebben behoefte aan meer informatie over (legale en illegale) verbetertechnologie√ęn. Ze willen weten wat werkt, wat de bijwerkingen zijn en welke risico‚Äôs ze lopen. De overheid kan die informatie bijvoorbeeld op een betrouwbare website vindbaar maken.

De tijden veranderen, verbieden wordt al snel als paternalistisch gezien en is vaak onmogelijk in deze interneteconomie. Daarom ben ik voor goed informeren, hoe lastig ook. Ik heb al te vaak gezien dat dan degene met de duurste toeter (megafoon, reclamegeweld) het meest gehoord wordt. We kunnen ook hier niet zonder wet- en regelgeving.

datasharing

Ruzie in de wetenschap over gegevens delen. Als een bedrijf een product maakt wat heel gewild is en daar onderzoek naar doet, mag het dan de resultaten van dat onderzoek als bedrijfsgeheim beschermen? We vinden dat redelijk normaal als het om een snelle auto of een heerlijk recept voor kip gaat. Maar wat als het product een medicijn is en de overheid (dus wij allemaal) betaalt voor het gebruik van dit middel? Lijkt ook nog redelijk als het middel effectief is en er een risico is dat anderen het middel gaan namaken.

Nu is er al jaren discussie over de effectiviteit van Tamiflu (een middel dat bij griep wordt gebruikt).

Hieronder in het Engels wat links van mensen die als een luis in de pels blijven zeuren over openheid van gegevens. We moeten weten wat de voordelen en nadelen zijn om de risico’s in te kunnen schatten.

Ik wil meer datasharing, juizt bij publiekelijk betaalde goederen, anders komen we nooit tot een goed wegen van de feiten.

See my previous¬†post¬†on the need for data sharing.¬† For the past three years, a group of researchers has been trying to gather all of the clinical trial data for the anti-influenza drug Tamiflu (oseltamivir), without success.¬† As a result there is continuing uncertainty about the benefits ‚ÄĒ and harms ‚ÄĒ of the drug.¬† They tell their story in a¬†New York Times op-ed¬†and an¬†article¬†in PLoS Medicine.

http://marilynmann.wordpress.com/2012/04/11/more-on-the-need-for-data-sharing-the-tamiflu-example/

 

OR 6?

Ik heb het steeds over de BIG 5. Maar er is er nog √©√©n: gezonde¬†financi√ęn. Ik weet niet wat ik daarover moet schrijven, maar het is zeker belangrijk. Lees over geld! Zorg dat je er iets over weet. Ga niet als een prinsesje verwachten dat iemand het voor je oplost.

40 dagen en n=1

Wat hebben 40 dagen en N=1 met elkaar te maken? Het zijn manieren om meer te weten te komen of iets werkt voor jou. Stel je krijgt het advies om elke avond een blokje om te gaan. Een goed onderzoek is er niet, of meerdere onderzoeken spreken elkaar tegen en je vraagt je af in welke groep jij zult vallen. Dat is onmogelijk met zekerheid vast te stellen. Maar er zijn soms wel manieren om erachter te komen of iets voor jou een goed idee is. Je kunt het namelijk zelf gedurende een bepaalde periode proberen en kijken hoe het voelt voor je. Omdat je alleen naar jezelf kijkt noemen we dat n=1 (n staat voor nummer, aantal in dit geval). Dit is een nogal on-wetenschappelijke methode, daarom moet je je gezonde verstand goed blijven gebruiken. Is het logisch dat het zou werken? Is het gevaarlijk? Is het heel duur? Is er één iemand die er veel aan verdiend die je dit nu bovendien verteld? Is er een belangrijke reden om het niet of juist wel te doen?

Ik woon in een veilige wijk, ik kan geen redenen bedenken waarom ik niet zou kunnen wandelen, niemand verdient er aan en het klinkt sowieso logisch. Dus ik besluit dat een tijd te doen. Uiteraard voel ik me na een paar weken fitter. Hoe komt dat dan? Het kan door de wandelingen zijn. Het kan ook zijn omdat ik trots ben op¬†mezelf¬†dat ik dit doe. Ik ken ineens mijn buren beter en durf nu te vragen of ze hun vuilnis niet op mijn stoep willen zetten. Of misschien is het grootste effect wel dat ik ben afgevallen en dat ik daar blij mee ben. Ook het afvallen hoeft niet door het lopen te komen. Misschien poets ik voor het lopen wel steeds mijn tanden omdat ik dat gewend ben als ik de deur uitga en daardoor minder snoep gedurende de rest van de avond. Wat oorzaak en gevolg is, is in zo’n n=1 studie nauwelijks te ontrafelen, maar het resultaat is er wel. Als ik een stabiel gewicht had en na een paar weken een paar kilo minder weeg is de kans groot dat het te maken heeft met mijn avondwandelingetjes. Ik zou een tijdje kunnen stoppen met wandelen en kijken wat er dan gebeurt. Dan is het een n=1 onderzoek. Ondanks alles wat epidemiologen vinden, kan een n=1 onderzoek heel waardevol zijn mits het op gezond verstand gebaseerd is.

Gewoon doen dus; een tijdje (wel enkele weken) uitproberen of iets voor jou werkt of niet. Dat is een hele goede manier om uit te vinden  wat goed voor je is. Soms ook wat overzichtelijker dan voor de rest van je leven . . . .

correlaties

Misschien denk je dan aan de stichting korrelatie. Een epidemioloog denkt dan aan de verbanden tussen oorzaken en gevolgen. Liever zeggen we nog dat we niet weten of het oorzaken zijn. Het gaat dus om de verbanden tussen uitkomsten. Bijvoorbeeld; mannen met een baard en een pet roken vaker shag, terwijl de rest van de rokers vaker sigaretten rookt. Er zijn niet veel gegevens voor nodig en een kleine computer om dan heel veel verbanden te vinden.

Een beetje struinen in de bonuskaart gegevens van de kruidenier geeft ongetwijfeld een hele sterke relatie tussen luiers kopen en babyvoeding kopen. Niet iedereen die het √©√©n koopt, koopt ook het ander, maar wel heel vaak worden deze¬†producten¬†door dezelfde mensen gekocht. Dat is dan een sterke correlatie. Als je wil praten over de kans dat een luierkoper ook babyvoeding koopt heb je het over odds ratios (OR’s) en relatieve risico’s (RR’s). Datzelfde kun je ook doen voor sigaretten en dropjes en nog oneindig veel andere combinaties. Allemaal met hun eigen waarschijnlijkheid.

Dat lijkt geinig en daar kun je nieuwsberichten mee maken. Maar eigenlijk vind ik dat helemaal niet leuk. Ik zeg vaak dat de OR’s, RR’s en andere correlaties ons de hele dag om de oren vliegen. Moet ik nu wel of geen koffie of wijn drinken om langer te leven??? Het maakt ons doof voor echt belangrijke gezondheidsinformatie. Nu kun je immers zeggen: “Niemand lijkt het te weten, dan kan ik net zo goed blijven doordrinken, doorroken en de hele dag frisdrank drinken.”

En dat zijn nu net 3 dingen waarvan we zeker weten dat je ze niet teveel moet doen. daarom ben ik begonnen met de BIG 5. In de hoop wat toepasbare informatie te geven in die epidemiologische kakofonie.

Cruesli in ongezond

  • Weet ik het zeker?
  • -Nee
  • Geldt dit voor iedereen?
  • -Vast niet.
  • Bestaat er ook gezonde cruesli?
  • -Moet kunnen.
  • Maakt het wat uit als je verder gezond eet en veel beweegt?
  • -Nee, waarschijnlijk niet of nauwelijks.

Maar dit verandert niets aan het feit dat cruesli niet gezond is. Ik erger me¬†vreselijk aan het feit dat deze zoete meuk gepresenteerd kan worden als gezond. We kopen dat dan massaal. Kopen zoals de Engelsen het zouden zeggen: “We buy that.” We geloven het.

Ik wil zo graag dat er in alle kakofonie over gezond en ongezond meer eerlijkheid is. Ook over dat we heel veel niet weten.

Ik weet het niet zeker

Ik ben dus epidemioloog, maar wel een rare. Ik heb geen zin meer om te neuzelen over een verschil van 0,1% in effectiviteit of bijwerkingen. Ik doe het wel en ik vind het soms leuk om studies uit te pluizen. Vooral als ik er met anderen over kan praten, stoeien eventueel. Als ik het alleen maar lees realiseer ik me vooral dat er over alles wat we weten, over het effect van geneesmiddelen, een paar hele dikke sluiers liggen.

Allereerst het placebo effect. Ooit door artsen zo genoemd omdat het – ik stel tevreden- betekent. We weten dat veel middelen tot 50% of meer placebo effect kunnen hebben. Oftewel, een neppil werkt half zo goed als een echte pil. WTF!! half zo goed. Uuuuhh wat weten we dan eigenlijk van over hoe geneesmiddelen werken? Die andere 50% misschien?

Naast het placebo effect is er ook nog zoiets als therapietrouw, ook wel compliantie genoemd. Zowel u als ik schijnen onze pillen heel vaak te vergeten. Afhankelijk van hoe je het rekent geeft dit ook een filter van 50% over alles wat we weten. Want ook in studies nemen mensen niet alle pillen zoals we willen. Daar is heel veel over te vertellen, zelfs dat er in de analyses rekening mee wordt gehouden – ga ik hier niet op in. Zelfs mensen die een donororgaan hebben gekregen (waar ze vaak jaren op hebben moeten wachten) komen niet voorbij de 80% therapietrouw.

Tenslotte is er nog zoiets als fraude. Ik heb me de afgelopen jaren met allerlei soorten fraude in de wetenschap bezig gehouden. Het meeste is niet zozeer opzettelijk als wel gevolg van allerlei mechanismen die door ‘wishfull thinking’ in beweging worden gezet. Maar bij elkaar van grote invloed op wat wij weten over de werking van geneesmiddelen, de effectiviteit en de veiligheid. Zie ook deze blog¬†en¬†brief van de BMJ¬†editor.

Nu ja, en dan vind ik het ineens zo lastig om me te concentreren op hele kleine verschillen in effectiviteit.

Ik weet het echt niet