Maandelijks archief: juni 2015

White paper BIG DATA in de zorg.

Ongepubliceerd, lange samenvatting BIG DATA in de zorg: 
Ik heb me voorgenomen om mijn onaffe werk als 'whitepaper' beschikbaar te stellen. Er gebeurt zoveel met big data en iedere keer doen we weer dezelfde ontdekkingen zonder van onze fouten te leren. Geen nood, we komen er wel. Ik ben ondertussen alleen al weer verder ;-)

INLEIDING

Ik heb mij de afgelopen 20 jaar bezig gehouden met verantwoord medicijngebruik. Daarvoor gebruikte ik onder andere de criteria van Parish voor rationeel geneesmiddelen gebruik. Hij stelt dat rationeel geneesmiddelengebruik voldoet aan 4 criteria: ‘appropriate, safe, effective and economic’ (passend, veilig, effectief en economisch). Doordat apothekers vroeg geïnvesteerd hebben in goede logistieke software, kunnen we heel veel meten over geneesmiddelengebruik. Dat wil zeggen: over de verstrekking van geneesmiddelen.

Het doel van meten is de kwaliteit van zorg verbeteren met minimale kosten(zonder verspilling, met optimaal gebruik van middelen etc). Transparantie van zorg moet het beslissingsproces van de patiënt ondersteunen. Als patiënten niets aan kwaliteitsbeleid hebben dan is het zinloos.

Op basis van deze gegevens ben ik altijd bezig geweest de kwaliteit van farmacotherapie te verbeteren. Uiteraard gebruikten we de kwaliteitscirkel en alle geldende en nieuwe inzichten over kwaliteitsbeleid en gedragsverandering. Toch had ik een groeiende onvrede met het resultaat van dit meten, vooral de manieren waarop het werd ingezet. Ik wilde in gesprek met artsen over wat ze deden. De grafieken die ik uit de prescriptie- (pardon: aflever!)cijfers haalde noemde ik nadrukkelijk ‘cartoons’. Als artsen heel achterdochtig waren over ‘misbruik’ van cijfers door met name verzekeraars vertelde ik ze 10 manieren[1] om prescriptiegegevens te frustreren die legaal waren.

Ik heb altijd de meerwaarde en relativiteit van prescriptiegegevens gezien en willen gebruiken om aan kwaliteitsbeleid te werken. Ik ben alleen positieve en enthousiaste mensen tegengekomen met een goed hart voor de Nederlandse gezondheidszorg. We bewogen heen er weer tussen uitkomstmaten en procesmaten, omdat we optimale validiteit wilden en vooral ook ergens beginnen. Vooral waar afrekenen obv cijfers toenam, werd validiteit belangrijker. Waar cijfers gewoon ter ondersteuning van een FTO waren was dit minder relevant (vandaar ook interne versus externe indicatoren). Uiteraard wil je het effect meten, maar dat betekent niet dat dat in alle gevallen de beste manier is om te meten.

Met onvrede met de beperkingen van cijfers heb ik op heel veel manieren proberen op te lossen. Meestal samen met anderen in diverse projecten bij IVM. We hebben gewerkt aan goede communicatie met artsen en apothekers. Wat gebeurt er in de spreekkamer? Wat hebben deze professionals nodig? Welk beleid kan rationele farmacotherapie ondersteunen? Luisteren, luisteren en luisteren, en zo mogelijk tools ontwikkelen.

We hebben gewerkt aan de verbetering van de data. Zoals iedere data-analist weet ‘carbage in = carbage out’. Het verbeteren van de input hebben we gedaan op het niveau van de software, de analyses en in gesprek met de professionals.

  • We hebben gewerkt aan optimale analysetechnieken, betere statistiek die bij de gegevens paste (dit is per project of statistische vraag anders)
  • We hebben in expertgroepen gewerkt aan definities van benchmarks (BMs), wat heel inspirerend was.
  • We hebben gewerkt aan steeds betere visualisatie van de gegevens. (een plaatje kan meer zeggen dan 1000 woorden)
  • We hebben gewerkt aan betere samenwerking (en dat was soms heel lastig)
  • We hebben patiënten betrokken bij projecten en gevraagd wat hun ervaringen met geneesmiddelen waren. Wat zij nodig hadden.
  • We hebben gekeken wat elders in Europa en de wereld gebeurde en (niet) werkte
  • . . . meer
  • aanvullen

In die jaren dat ik met prescriptieterugkoppeling (PTK), beleidsanalyse en kwaliteitsbeleid bezig was, had ik steeds het gevoel in een onmogelijke spagaat te zitten. Ik wilde horen van zorgverleners[2] waar ze tegenaan liepen en cijfers gebruiken om dat te kwantificeren, analyseren en verbeteren. Ik wilde ook valide gegevens en analyses over verschillen tussen zorgverleners. Dat samen wilde ik dan uiteraard gebruiken om de kwaliteit van farmacotherapie te verhogen.

Zodra je cijfers laat zien vragen mensen wat goed is en wat niet. Ze willen een indicatie[3] (een aanwijzing) of ze goed op weg zijn. Vaak antwoordde ik dat dat afhankelijk is van waar ze naartoe willen, maar we willen ons graag vergelijken en soms zijn er ook duidelijke normen dat meer medicatie (maagprotectie onder bepaalde voorwaarden) of vooral minder (slaapmiddelen, antibiotica) beter is. Zo kwamen er steeds meer maten als benchmarks, (proces-, uitkomst- kwaliteits-) indicatoren, normen, gemiddelden, xxxvergeetikiets?, veranderdoelen, etc voor wat in zijn geheel beleidsinformatie (kwaliteitsbeleid, transparantie) heet. Een kakofonie van begrippen waarbij belangen niet altijd even transparantie zijn. Toch moet transparantere zorg mogelijk zijn. Transparantie waar patiënten beter van worden.

Ik ontdekte gaandeweg dat net zoals de geschiktheid van geneesmiddelen zeer afhankelijk is van tijd, plaats, persoon etc, ook beleidsinformatie helaas niet universeel bruikbaar bleek. Dat daar bovendien erg veel verwarring over was. ‘Meten is weten’ is helaas maar zeer ten dele waar. Zodra meten over meer dan medicijnen gaat wordt dit uiteraard nog complexer. Goede zorg is meer dan verrichtingen.

Marc Berg deed al in 2002[4] een hele goede poging om de frustratie rond indicatoren te verminderen door een scheiding te maken tussen interne en externe indicatoren. Zijn onderscheid in indicatoren om te leren versus indicatoren om te vergelijken leek mij het ei van Columbus, helaas veranderde er niet zoveel. De frustratie bij de artsen en apothekers die ik vaak sprak verminderde nauwelijks.

Er kwam steeds meer aandacht voor verbetering van de indicatoren en (in mijn opinie) minder aandacht voor de kleinschaligheid en werkelijkheid van de weerbarstige alledaagse zorgpraktijk. ook ik raakte ondertussen gefrustreerd over beleidsmakers die met cijfers grip wilde krijgen op de kwaliteit in de praktijk. LET op! Ik ben vóór meten in de zorg. Maar als een indicator tbv de validiteit een deel van de patiënten heeft geschrapt[5] gaat het niet meer over de hele praktijk. Bij met name individuele (huis)artsen gaat het dan om hele kleine getallen. Mijn favoriete vraag in veel overleggroepen was dan ook: Weet iemand hoe groot de noemer nu nog is? Met een korte blik op wat algemene statistieken deelde ik dan het aantal patiënten of recepten door het aantal huisartsen in Nederland. Geavanceerde validatie en overleggroepen bleken ook geen panacee.

Inmiddels is er een trend om zorg in allerlei thema’s of domeinen in te delen en zo door een multidimensionale aanpak grip te krijgen op de kwaliteit van zorg (en een eerlijke verdeling van de middelen). Er zijn inmiddels heel veel maten in omloop, die ook allemaal beheerd moeten worden. Dit geeft zeker inzicht gevende informatie voor wie het in samenhang kan interpreteren. Goed om samen in gesprek te gaan, maar zodra deze gefragmenteerde informatie gebruikt moet worden om harde conclusies te trekken over de kwaliteit van zorg is Nederland erg klein.

Voorbij IVM: Hoe dan wel meten?

Toen kwam de tijd dat ik verder moest. Ik bedacht me dat ik wilde weten hoe meten WEL kan , of in ieder geval minder polariserend. Ik ben toen gaan praten met een zo divers mogelijke verzameling van experts op dit gebied. Ik heb aan iedereen gevraagd wat meten kan bijdragen aan de kwaliteit van zorg en hoe dat vooral zou moeten. Waar ze mee bezig zijn, waar ze zich aan ergeren, welke uitdagingen ze zien en wat anders moet. Ik heb hiervoor mensen uitgebreid over geïnterviewd en uiteraard met veel anderen hierover gesproken[6]. Mijn doel was steeds hier zo open mogelijk in te staan en een antwoord te vinden op: “Meten, hoe dan wel?”

Uiteraard kwamen uit deze gesprekken heel veel verschillende visies en oplossingen. Om de grote lijn te kunnen ontdekken (om zinvolle informatie uit zoveel informatie te halen) heb ik het bewust een paar maanden laten liggen. Ondertussen sprak ik regelmatig (gefrustreerde) zorgverleners [7], volgde het nieuws en las wat rapporten hierover.

Doel: Omdat ik blijf geloven in de meerwaarde van meten in de zorg, maar ook denk dat we hier teveel vanuit eilandjes aan werken maak ik dit verslag. Ik beschrijf hieronder wat mij opviel en wat ik leerde van al deze gesprekken.

METHODE

Ik heb een vrije interviewtechniek gebruikt. Ik heb de gesprekken NIET opgenomen omdat ik wilde dat mensen zich geheel vrij voelden om alles te zeggen. Ik heb wel aantekeningen gemaakt en de gesprekken zo uitgebreid mogelijk uitgewerkt direct daarna. Als hierom gevraagd werd stuurde ik het verslag daarna op. De meeste geïnterviewden wilden vooral graag op de hoogte gehouden worden met wat ik hier verder mee ging doen. Iedereen vond het een belangrijk onderwerp.

Ik heb toegezegd dat iedereen anoniem mocht blijven. Daarnaast heb ik iedereen gevraagd wie ik verder nog zou moeten spreken volgens hem of haar. Daar heb ik dan geprobeerd een afspraak mee te maken. Ik begrijp dat deze methode onvolledig is want er lopen in Nederland heel veel benchmarkdeskundigen rond. Ik had tot sommige mensen (met name waar ik mee gewerkt had) ook veel sneller toegang dan tot anderen die mij niet kenden of die geen focus op prescriptiegegevens leggen. Verder is het ook niet gelukt om met iedereen een afspraak te maken. Er staan nog wat mensen op mijn verlanglijstje.

Mijn belangrijkste doel was echter om de spagaat tussen beleid en praktijk goed in beeld te brengen . Op dat spanningsveld heb ik me geconcentreerd. Binnen de farmacie weet ik daar het meeste van. Ik verwacht dat deze bevindingen ook herkenbaar zijn voor andere therapeutische interacties en als inspiratie gebruikt kunnen worden voor andere zorggebieden.

Ik begon meestal met onderstaande vragen, maar liet vooral de geïnterviewden aan het woord.

  • Waar zijn jullie mee bezig?
  • Wat zijn hypes en quick wins?
  • Waar maakt u zich boos over?

Later vroeg ik dan:

  • Hoe ziet de toekomst eruit, als het aan u ligt?

RESULTATEN

Ik heb ruim een uur gesproken met 13 mensen die hun sporen hebben verdiend in benchmarking en dergelijke (zie bijlage [8]). Bij doorvragen had iedereen grotendeels begrip voor de zienswijze en kritieken van andere partijen, maar ook af en toe grote pijnpunten. Ze spraken allemaal op persoonlijke titel maar kenden veel verhalen van collega’s. Ik heb veel gehoord en ben gestopt met het benaderen van nieuwe mensen toen ik het gevoel kreeg vooral dezelfde argumenten terug te krijgen.

Bijlage 1 bevat een verzameling citaten en tekst die ik uit alle aantekeningen heb gehaald. Dat kan op diverse manieren bekeken worden.

Ik probeerde per opmerking het volgende uit: (pijn: de geïnterviewde heeft met name last van . . . ). Een bekend marketingprincipe is om de pijn (frustratie) eerst goed te benoemen om mensen klaar te krijgen voor een verandering (en betalen voor jouw product). Waarom willen mensen dat de dingen anders zullen gaan in de toekomst? Hoe groter de pijn hoe groter de motivatie (inzet, investering) tot veranderen. Daarom probeerde ik dit element te benoemen in ieder tekstfragment.

Daarna heb ik geprobeerd de kritiek op de huidige maten/ benchmarks etc te classificeren. Hiervoor heb ik de citaten gegroepeerd in een tabel met hoofdgroepen, toelichtingen per groep en dan de citaten die daarbij passen. Zie bijlage 1 voor deze tabel met alle citaten.

ANALYSE

De knelpunten rond het meten in de zorg kon ik als volgt samenvatten:

De echte wetenschapsoptimisten zijn ervan overtuigd dat we de waarde van zorg steeds beter kunnen meten. We kunnen steeds meer en beter data koppelen, beter corrigeren en met meer factoren rekening houden. Een universele maat om alle soorten zorg te vergelijken is binnenkort mogelijk. Oké de overheid en het publiek begrijpt nog niet genoeg van statistiek, maar daar moeten we gewoon beter over communiceren en mensen hierin opvoeden. De overheid moet natuurlijk wel ook transparant zijn over besluitvorming en het doel van allerlei maten, anders verpest dit de informatie.

Daarnaast is er een groep die vooral argumenteert dat meten het zorgproces teveel verstoord. De maten gaan bovendien niet over de praktijk, met name omdat ze er onvoldoende rekening mee houden dat iedere zorgpraktijk anders is. Bovendien zijn binnen het zorgproces de belangrijkste handelingen niet in maat en getal uit te drukken. Luisteren en compassie is ook zorg. Iedere interventie (zorg-interactie) is uniek.

Soorten kritiek in assen

Door de citaten diverse malen te bekijken, labelen en hergroeperen ontstonden er verschillende assen (dimensies) waarin de geïnterviewden problemen en oplossingen zagen. Enigszins in extremen uitgedrukt zou je kunnen zeggen dat er allereerst verschillende zienswijzen over de ‘principiële meetbaarheid’ van de zorg zijn. Sommigen geloven dat we door hier genoeg in te investeren tot een universele maat voor de zorg kunnen komen, andere benadrukken vooral dat zorg te complex is om (alleen) in maat en getal te vangen. De tweede belangrijke tegenstelling in het debat is het effect van meten op het proces. Beleidsmakers zijn geneigd te denken dat meten het proces niet beïnvloedt en dat maten met verschillende doelen door elkaar heen gebruikt kunnen worden of verwisseld. Op de werkvloer wordt echter soms gezegd dat meten het zorgproces verstoord. Meten kan afleiden van ‘echte zorg’ en wat echt moet gebeuren bij deze patiënt, op dit moment. Deze as noem is ‘kijken verandert de werkelijkheid‘. Tenslotte is er in het debat een as over beperkingen en misverstanden rond (zorg-) statistiek. Hiermee bedoel ik enerzijds het argument van diverse groepen zorgverleners dat hun praktijk (afdeling, ziekenhuis) te klein is om landelijke gegevens te extrapolen. De meeste (statistische) correcties lossen dit probleem niet afdoende op (volgens hen). Aan de andere kant van deze as zit kritiek rond de non-informatie (en schijnzekerheid) van ranglijstjes, ‘total body scans’ en boulevardepidemiologie. Niemand heeft er wat aan, maar de media en adverteerders zijn er gek op.

Deze indelingen zou ik graag (opnieuw) voorleggen aan meer experts/ meetdeskundigen.

DISCUSSIE

Andere aspecten van meten die ik (nog) niet in dit verhaal heb opgenomen

Andere manieren en indelingen die ik tegenkwam om naar kwaliteit (meten) te kijken. Met vergelijkbare doelen: Hoe meet je goede (farmaco-) therapeutische interventies? We zouden graag tot een taxonomie van maten voor zorg komen.

Uiteindelijk ben je bij je behandelbeleid steeds aan het balanceren tussen optimalisaties in veel verschillende dimensies. Dat merk je bij meten pas echt goed. De doel kunnen conflicterend zijn en moeten per patiënt per moment (en plek) gewogen worden voor een besluit. Bijvoorbeeld:

  • Korte termijn vs lange termijn (bv pijnstilling)
  • Individu vs groep (bv antibiotica of extreem dure behandelingen)
  • Werking vs bijwerkingen (bv oncolytica)

(Andere leuke indeling: It is about how the patient feels, functions and survives)

  • Niemand missen vs niemand overbehandelen (bv statines, preventieve medicatie)
  • Onderdosering vs overdosering (bv gewicht, nierfunctie etc iedereen is anders)
  • Te laat ingrijpen vs te vroeg ingrijpen (bv extra complicaties, bijwerkingen of overbehandeling)

Daarnaast denk ik dat er een essentieel verschil is tussen meten voor wetenschappelijk onderzoek en meten om de praktijk te monitoren (implementeren of diverse beleids- en politieke doelen). Bij wetenschappelijk onderzoek is het geëigend om een veel groter deel van het budget aan meten te besteden. Bij ander onderzoek is er een limiet aan het percentage van de middelen dat je aan registreren en meten wil besteden.

Steeds afwegen tussen deze effecten voor farmacotherapie of andere therapie of gedragsinterventies of nietsdoen (conservatief beleid).

Geneesmiddel nodig ivm klacht/ ziekte vs geneesmiddel in relatie tot andere medicatie en aspecten van het leven van de patiënt (hier en nu).

Geneesmiddel ja/nee vs Het beste tijdstip om met een geneesmiddel te beginnen (time sequence analyses – juiste moment, juiste duur, en in relatie tot klachten en andere medicatie)

Er is een (pendel) beweging van procesindicatoren naar uitkomstindicatoren. Er is ook een beweging tussen de volgende vragen:

  • Hoe worden geneesmiddelen voorgeschreven?
  • Hoe worden ziekten behandeld?
  • Hoe worden patiënten behandeld?

Dit heeft onder andere met valideerbaarheid te maken. De eerste vraag is eenvoudiger te beantwoorden.

Bij meten moet je steeds balanceren op de lijnen:

  • Valideerbaarheid vs representativiteit (extrapoleerbaarheid)
  • Actualiteit vs validiteit (het kost tijd om een maat goed te valideren)
  • Extrapoleerbaarheid vs de uniciteit van iedere beslissing in de zorg (pt/ zorg is tijd en plaatsgebonden)

Verder:

Er met meer aandacht zijn voor definities / afspraken over registreren. En meer investeren in goede tools. Op ziekenhuisniveau moet beleidsinformatie meer prioriteit hebben[9].

Afbeelding 2

Hiermee probeerde ik in 2001 uit te leggen hoe VLDB zich verhouden tot de praktijk.

[1] Dat was eenvoudig een omkering van 10 manieren om prescriptiegegevens te verbeteren, waar ik ooit een lijstje van had gemaakt voor artsen en apothekers.

[2] En patiënten, daarvoor was het Meldpunt Medicijnen

[3] indicatie betekent ook vingerwijzing

[4] Paradigma’s van kwaliteit Marc Berg, Wim Schellekens Medisch Contact 2002

[5] In verband met co-morbiditeit, leeftijdsgrenzen, co-medicatie, verhuisgedrag of andere ‘missing data’ worden meestal niet alle patiënten voor de benchmarks gebruikt.

[6] Mijn zinnetje: “Ik weet dat benchmarking in de zorg voor veel frustratie kan zorgen, daarom doe ik onderzoek naar hoe kwaliteitsmetingen in de zorg wél kunnen bijdragen aan kwaliteit.” Leverde altijd heftige reacties en interessante verhalen op.

[7] Ik wil, zodra ik dit meer uitgewerkt heb, alle geïnterviewden om commentaar vragen en vragen of ze hun naam erbij willen zien. Hetzij als bedankje, hetzij als mede-auteur oid.

[8] Bijlage namen overleggen met geïnterviewden

[9] Tip om nog te spreken met Frank Arnoli en Paul Smits over de rol van ziekenhuis bestuur hier in.

Advertenties

What if money was no longer the most valuable asset a company could offer an employee?

Deze vrouw zet de heel HR op zijn kop, en ze luisteren ook nog:
Wat als je banen niet vooral op finaciele waarde analyseert?
MmmmmmMMM dit ruikt naar de (on)meetbaarheid van werk.

The Hot Spots Blog

Lynda - Hot Spots Movement - Portrait by LK - web size 72dpiWhat is the most valuable asset a company can give an employee?

Historically the answer was simple – money. That’s why the HR function of most companies goes to such extreme lengths to design pay packets (bonuses, team-based rewards, stock options and so on) and to decide through antiquated performance management systems who gets paid what. Indeed, it’s why they’ve been persuaded that senior leaders really are worth up to 200% more than the pay of an average employee.

Yet we have known for sometime that although pay might indeed be a valuable asset for an employee, it’s unlikely to be the driver for their motivation. Indeed years of research have shown that this valuable asset turns out more often to be a source of dissatisfaction rather than a motivator. Most people don’t work harder, or more creatively or cooperatively because they are paid more.

So recently the search has…

View original post 664 woorden meer

meten

Waarom zorg zo lastig te meten is (korte samenvatting)

Ongepubliceerd onderzoek over meten.

Ik ben een (onder) zoekertje en twee jaar geleden kreeg ik de gelegenheid allerlei mensen te interviewen over de (on)meetbaarheid van zorg. Het leverde prachtige informatie op die ik graag wil delen. Ik heb geprobeerd er een publicatie van te maken bij een tijdschrift of uitgever, maar dat lukte niet. Het is weerbarstige materie. Daarom eerst eens op deze blog.

Door het steeds opnieuw samen te vatten en op te schrijven wordt het hopelijk scherper. Bovendien vind ik dat het vooral verteld moet worden.

Eerst een korte samenvatting van de resultaten.

KORTE RESULTATEN

De knelpunten rond het meten in de zorg (gechargeerd) samengevat

De echte wetenschapsoptimisten zijn ervan overtuigd dat we de waarde van zorg steeds beter kunnen meten. We kunnen steeds meer en beter data koppelen, beter corrigeren en met meer factoren rekening houden. Een universele maat om alle soorten zorg te vergelijken is binnenkort mogelijk. Oké de overheid en het publiek begrijpt nog niet genoeg van statistiek, maar daar moeten we gewoon beter over communiceren en mensen hierin opvoeden. De overheid moet natuurlijk wel ook transparant zijn over besluitvorming en het doel van allerlei maten, anders verpest dit de informatie.

Daarnaast is er een groep die vooral argumenteert dat meten het zorgproces teveel verstoord. De maten gaan bovendien niet over de praktijk, met name omdat ze er onvoldoende rekening mee houden dat iedere zorgpraktijk anders is. Bovendien zijn binnen het zorgproces de belangrijkste handelingen niet in maat en getal uit te drukken. Luisteren en compassie is ook zorg. Iedere interventie (zorg-interactie) is uniek.

Soorten kritiek in assen

Door de citaten diverse malen te bekijken, labelen en hergroeperen ontstonden er verschillende assen (dimensies) waarin de geïnterviewden problemen en oplossingen zagen. Enigszins in extremen uitgedrukt zou je kunnen zeggen dat er allereerst verschillende zienswijzen zijn over de ‘principiële (on)meetbaarheid’ van de zorg. Sommigen geloven dat we door hier genoeg in te investeren tot een universele maat voor de zorg kunnen komen, andere benadrukken vooral dat zorg te complex (of juist intiem) is om (alleen) in maat en getal te vangen.

De tweede belangrijke tegenstelling in het debat is het effect van meten op het proces. Beleidsmakers zijn geneigd te denken dat meten het proces niet beïnvloedt en dat maten met verschillende doelen door elkaar heen gebruikt kunnen worden of verwisseld. Aan de andere kant, op de werkvloer wordt soms gezegd dat meten het zorgproces verstoord. Meten kan afleiden van ‘echte zorg’ en wat echt moet gebeuren bij deze patiënt, op dit moment. Deze as noem ik ‘kijken verandert de werkelijkheid‘. Deze as heeft een praktijk en een beleidskant.

Tenslotte is er in het debat een as over misverstanden en beperkingen van (zorg-) statistiek. Hiermee bedoel ik enerzijds het argument van diverse groepen zorgverleners dat hun praktijk (afdeling, ziekenhuis) te klein is om (landelijke) gegevens te extrapoleren. De meeste (statistische) correcties lossen dit probleem niet afdoende op (volgens hen, en daar hebben ze vaak gelijk in). Aan de andere kant van deze as zit kritiek rond de non-informatie (en schijnzekerheid) van ranglijstjes, total body scans en boulevard-epidemiologie. Niemand heeft er wat aan, maar de media en adverteerders zijn er gek op.

methode

Ik heb met minstens 13 mensen die hun sporen hebben verdiend rond de meetbaarheid van zorg ruim een uur gesproken. Bij doorvragen had iedereen best wel begrip voor de zienswijze en kritieken van andere partijen, maar er is ook veel onbegrip en frustratie. Ze spraken allemaal op persoonlijke titel en kenden veel verhalen van collega’s. Ik heb veel informatie verzameld en ben gestopt met het benaderen van nieuwe mensen toen ik het gevoel kreeg vooral dezelfde argumenten terug te krijgen. Meten in de zorg was duidelijk voor iedereen een belangrijk onderwerp.

Voor mij persoonlijk is het belangrijk dat meten vooral gebeurt op een manier waarop de patiënt er beter van wordt. Door het meten van overbodige dingen of op een onzinnige manier verspillen we energie. Door polarisatie over meten (of in de communicatie) schieten we niet genoeg op. Daar zou ik graag wat aan doen.

Ik ben begonnen met een verzameling citaten en teksten die ik uit alle aantekeningen heb gehaald. Deze heb ik op diverse manieren bekeken.

Ik probeerde per citaat onder andere het volgende uit: (welke pijn heeft de geïnterviewde met name last van?) Waarom willen mensen dat de dingen anders zullen gaan in de toekomst? Hoe groter de pijn hoe groter de motivatie (inzet, investering) tot veranderen. Daarom probeerde ik dit element te benoemen in ieder tekstfragment. Daarna heb ik geprobeerd de kritiek op de huidige maten/ benchmarks etc te classificeren. Hiervoor heb ik alle citaten gegroepeerd in een tabel met hoofdgroepen, toelichtingen per groep en dan de citaten die daarbij passen. (een soort ‘grounded theory’ methode)

on-meetbaarheid van zorg

vervolg

Deze indelingen ga ik (opnieuw) voorleggen aan meer experts/ meetdeskundigen. Ik zou graag meer citaten verzamelen en kijken of er dan nog andere dingen zijn die ik over het hoofd heb gezien.